Politie opleidingen
  Trainingen     Referenties     Open inschrijving     Contact  
Algemeen
BOA
Documentherkenning
GPS
Pitbull
Verdovende middelen
Visserijwet
Workshop HOVJ
Recherche
Verkeer
Algemeen:
Startpagina

Grensoverschrijdende Politie Samenwerking

Doelgroep
Politieambtenaren (executieven) die zijn aangesteld voor het uitvoeren van de politietaak en bij het uitvoeren van de politietaak in aanraking komen met de Grensoverschrijdende PolitieSamenwerking in de Beneluxlanden (en andere EU-landen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland)
Cursusduur
Twee dagdelen.
Cursusplaats
In overleg.
Docent(en)
Juridisch docent. (Evt) Presentatie door docent uit België.

Hoofddoelstelling
Een ééndaagse traning bedoeld voor politieambtenaren die zijn aangesteld voor het uitvoeren van de politietaak als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet. Uitbreiding van kennis en inzicht in de “Grensoverschrijdende Politie Samenwerking” met daarbij samenhangend de kennis en het inzicht verwerven in de bevoegdheden en de regelgeving voortvloeiend uit de daartoe bestaande verdragen, geldend in de Beneluxlanden. ( Zie de subdoelstellingen)

Subdoelstellingen
1. Grensoverschrijdend optreden bij dringende noodzaak, waarbij aan de orde komt de grensoverschrijdende achtervolging. De bevoegdheden en de beperkingen van bevoegdheden in dergelijke situaties. Die situaties die kunnen leiden tot staande en aanhouden. Hoe moet ik handelen? Wat mag ik? Wat mag ik beslist niet en wie heeft dan bevoegdheden?
2. Grensoverschrijdende Politiesamenwerking op het gebied van openbare orde en veiligheid. Kennis en inzicht krijgen in verband met het opsporingsmiddel observatie en de regels die daarvoor gelden uit de S.U.O en het verdrag met de Beneluxlanden. Het uitwisselen van informatie als doel.
3. Kennis en inzicht in het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, daarmee gepaard gaand het gebruik van bijzonder opsporingsmethoden en het uitwisselen van persoonsgegevens.
4. Het uitvoeren van gezamenlijke patrouilles en controles en de bevoegdheden die daarbij zijn vastgelegd.
5. Kennis en inzicht in de bijzondere vormen van samenwerking, zoals het rechtstreekse uitwisselen van persoonsgegevens, het informeren van de bevoegde autoriteit en rechtstreeks raadpleging van het kentekenregister.
6. Kennis en inzicht in de uitvoering van uiterlijke herkenbaarheid, de materiële dwangmiddelen, het uitoefenen van geweld, het gebruik van vervoermiddelen en overpad, alsmede gelijkstelling van ambtenaren van de verschillende landen met hun aansprakelijkheid.
7. Het verruimen van kennis en inzicht van de nationale wet en regelgeving van de aangesloten verdragslanden, eventueel uit te werken aan de hand van casuïstiek.

Aantal deelnemers
Minimaal 12 en maximaal 20.

Inleiding

Grensoverschrijdende Politie Samenwerking
Dat de grenzen open zijn en dat de grensoverschrijdende politiesamenwerking gestalte heeft gekregen is niet nieuw. Regelgeving werd en wordt aangepast. Maatregelen worden genomen om de uitvoering van de Schengenovereenkomst (O.v.S) steeds beter mogelijk te maken. De O.v.S is in werking getreden op 26 maart 1995 tussen de Benelux, Duitsland en Frankrijk. Ook Italië, Spanje,Portugal, Griekenland en Oostenrijk zijn toegetreden.

Het verdrag van Maastricht, waar de O.v.S is gesloten, voorziet in een Europese Unie waarin internationale politiesamenwerking een vaste juridische basis heeft gekregen en is en wordt deze samenwerking verder geïntensiveerd.

De uit de Schengen akkoorden voortvloeiende mogelijkheden tot grensoverschrijdende politiesamenwerking wordt in samenwerking met de andere landen steeds verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de mogelijkheden tot het verlenen van wederzijdse bijstand, politiële rechtshulp, uitwisselen van informatie, grensoverschrijdende observatie en achtervolging en radioverbindingen. De informatiesystemen, SIS / (N)SIS zijn niet meer weg te denken in de internationale politiesamenwerking, evenals ‘ Europol ‘ De rechtshandhavingorganisatie, die het optreden van de samenwerking tussen de bevoegde instanties van de lidstaten doeltreffender maakt als het gaat om het voorkomen en bestrijden van terrorisme, de illegale handel in verdovende middelen en andere ernstige vormen van internationaal georganiseerde misdaad.

In verband met de verdere uitbreiding van de grensoverschrijdende politiesamenwerking is het “Verdrag versterkt de politiesamenwerking Nederland,België en Luxemburg”van juni 2004 ondertekend en is sedert 8 april 2005 van kracht geworden.

Samengevat
Op vrijdag 8 april 2005, hebben de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse politiediensten een nieuw samenwerkingsverdrag voorgesteld. Het verdrag is sinds begin 2005 van kracht geworden in de Benelux en geeft de politie van de drie landen de mogelijkheid om verdachten in het buitenland te achtervolgen en aan te houden. Bovendien kunnen de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse politie voortaan samen patrouilleren en gezamenlijke controles uitvoeren. Nieuw is ook dat de politie van de Benelux- landen nu onderling personeel kunnen uitwisselen.

Een eerste gemeenschappelijke controleactie heeft plaats gevonden op vrijdag 8 april 2005. Twaalf agenten van de Benelux-landen controleerden het verkeer op de E40 richting Luik ter hoogte van Herve.

Samenwerking
In juni 2004 hebben de bevoegde autoriteiten in Luxemburg een nieuw verdrag ondertekend inzake politiesamenwerking. Het verdrag is een verruiming van de historische samenwerking tussen de drie landen en breidt de bevoegdheden van de politie in het buitenland gevoelig uit.
Zo mag de politie in de Benelux in elk van de drie landen voortaan het verkeer regelen en identiteitscontroles uitvoeren. Bovendien kunnen er verdachten worden geobserveerd, individuen ( bvb regeringsleiders) of groepen ( bvb voetbalsupporters) worden begeleid en bepaalde plaatsen worden doorzocht om de openbare orde en de veiligheid te garanderen.

Bevoegdheden
Uiteraard is het optreden van de politie in het buitenland aan bepaalde regels gebonden. Zo moet de politie tijdens een actie in één van de Benelux landen steeds de rechtsregels en procedures van de gaststaat eerbiedigen. Men moet zich te allen tijde kunnen legitimeren en moet er verantwoording worden afgelegd aan de bevoegde autoriteiten.

Informatie/ materieel en personeel
Het verdrag vergemakkelijkt ook de uitwisseling van informatie, materieel en personeel tussen de politiediensten van de drie landen. Zo kon de Belgische Federale Politie dankzij het verdrag nog materieel aan haar Luxemburgse collega’s leveren in het kader van de ordehandhaving tijdens het europees voorzitterschap.
Ook tussen België en Nederland zal de uitwisseling van materieel vlotter verlopen. Beide landen wisselden in het verleden al regelmatig materieel uit naar aanleiding van belangrijke evenementen ( bvb inzet Belgische politiepaarden op Prinsjesdag)

Opleiding
Om de politie vertrouwd te maken met de inhoud van het verdrag en de daaraan verwante verdragen en overeenkomsten, als ook de rechten en plichten in het buitenland zijn de drie landen al gestart met een opleiding.

Tot slot
Het “Nederlands Centrum voor Internationale Politiesamenwerking “ ( NCIPS) heeft als belangrijkste taak het adviseren vanuit de politiepraktijk, van de vakministers. Het NCIPS citeert; Europa groeit en de samenleving mondialiseert. Zo ook de criminaliteit. Het waarborgen van veiligheid en het handhaven van de rechtsorde wordt hierdoor complexer. Voor de individuele landen is dit nauwelijks nog te realiseren. Daarom is men aangewezen op samenwerking. Samenwerking zoals die nu op tal van terreinen bestaat binnen de Europese Unie. Door gebruik te maken van elkaars kennis en kunde op specifieke beleidsterreinen en beleid af te stemmen kan nu ook continu een antwoord worden gevonden op politiële vraagstukken.


Printerversie